|
| WIA en WGA |
 |
|
|
 |
|
|
|
|
|
| |
Bezwaren tegen WGA eigenrisicodragen |
|
| Veel werkgevers staan voor
de keuze om wel of geen eigenrisicodrager te worden,
want deze mogelijkheid staat open per 1 januari
2007 en zal halfjaarlijks terugkomen. Daar komt
bij dat de regering (Balkenende IV) in het Regeerakkoord
opgenomen heeft dat de WGA volledig geprivatiseerd
gaat worden. Op welke wijze en met welke impact
is nog niet duidelijk, maar er kunnen keuzes gemaakt
worden door de werkgevers. |
|
| |
De keuze in de WGA bestaat uit omslaglid
blijven (bij het UWV) of eigenrisicodrager te worden
voor de WGA. Het verschil is in de praktijk, dat
niet het UWV de langdurig arbeidsongeschikten meer
begeleid, maar een private verzekeraar. Voor veel
werkgevers zou dit als muziek in de oren moeten
klinken, toch zijn veel werkgevers erg honkvast
en hiermee UWV-blijvers.
Zijn het gegronde bezwaren om niet de overstap naar
de private sector te maken? Want de overstap kan
de werkgever veel geld opleveren, met name op langere
termijn. De WGA-gedifferentieerde premie hoeft niet
meer betaald te worden aan de Belastingdienst (wie
wil dat niet, de blauwe envelop negeren?), maar
daarvoor in de plaats komt een verzekeringspremie.
En in de meeste gevallen is deze lager, voor een
langere tijd en met als extra voordeel premiestabiliteit
voor de nabije toekomst.
Bezwaar 1: Eigenrisicodragerschap leidt tot
een administratieve rompslomp
De regeling in de WIA met betrekking tot het eigenrisicodragerschap
is zo gemaakt dat het UWV een belangrijke uitvoerende
taak kan blijven behouden, namelijk het vaststellen
en uitbetalen van de uitkeringen per werknemer.
De werkgever die zelf wil uitkeren aan de werknemers,
kiest hier zelf voor. Eenmaal per jaar (achteraf)
verstrekt het UWV een uitkeringspecificatie, die
de eigenrisicodrager kan indienen bij de verzekeraar.
Bezwaar 2: De eigenrisicodrager heeft zware
re-integratieverplichtingen
Een eigenrisicodrager voor de WGA is inderdaad niet
alleen financieel verantwoordelijk, maar heeft ook
de verplichting om tot adequate re-integratie van
de werknemer te komen. En dit gedurende 10 jaar,
ook als de werknemer inmiddels uit dienst is. Wat
hierbij niet vergeten moet worden is dat de meeste
eigenrisicodragers de keuze hebben gemaakt met een
verzekeraar van het risico in de achtergrond. Dus
de verzekeraar zal de werkgever hierin bijstaan,
temeer daar de verzekeraar zelf ook wil werken aan
schadelastbeheersing. Daarnaast moet ook niet vergeten
worden dat de werkgever al 104 weken lang zoveel
als mogelijk gedaan heeft aan reintegratie, in het
kader van de Wet verbetering poortwachter. De grote
vraag is hoeveel re-integratieinspanningen er nog
nodig zijn of gedaan kunnen worden, zodra de werknemer
in de WGA zit.
Bezwaar 3: Het UWV vergoedt alle re-integratiekosten
en de verzekeraar niet
Op basis van de uitvoering van de WIA is het UWV
voor de omslagleden (niet-eigenrisicodragers) actief
op het vlak van re-integratie en zal de hierbij
gemaakte kosten vergoeden. Deze worden betaald uit
de WAO/WIA-basispremie. Maar ook het UWV hanteert
hierbij het principe van kosten-batenanalyses. Dus
als de vergoeding qua investering niet uitkan ten
opzichte van de mogelijke opbrengsten, zal het UWV
ook een ander re-integratietraject voorstellen.
Een belangrijk verschil met de WGA eigenrisicodragersverzekeraars
is dat het UWV pas in actie komt op het moment dat
deze er ook werkelijk is. Dus op het moment van
de WGAtoekenning, na twee jaar ziekte. Pas dan zal
het UWV de overweging kunnen maken om tot re-integratievergoedingen
over te gaan. De periode voor die tijd komt voor
rekening van de werkgever op basis van de Wet verbetering
poortwachter. De werkgever die eigenrisicodrager
is, kan veel eerder aankloppen bij de verzekeraar
om tot meefinanciering van de reintegratie te komen.
Waarbij de verzekeraar al in een vroegtijdig stadium
tot een kosten-batenanalyse kan komen.
Bezwaar 4: Een eigenrisicodrager moet een
bezwaar- en beroepsprocedure inrichten
De WGA-eigenrisicodrager is niet alleen financieel
verantwoordelijk voor een WGA’er voor de eerste
tien jaar van de uitkering, maar ook voor de reintegratie
van de betreffende werknemer(s). Dit kan leiden
tot het opleggen van maatregelen, als de werknemer
niet voldoende meewerkt aan re-integratie. Op het
moment dat er maatregelen worden opgelegd, moet
er voldaan worden aan vereisten rond een bezwaar-
en beroepsprocedure. En dit zal de gemiddelde WGA-eigenrisicodrager
niet zomaar voor elkaar kunnen krijgen.
De WGA-eigenrisicodrager hoeft deze procedure alleen
maar in te richten op het moment dat er werkelijk
maatregelen worden opgelegd. Dus als een werknemer
in de WGA zit en de eigenrisicodrager de uitkering
van de WGA-verzekeraar ontvangt, zal er voor de
betreffende werkgever geen of nauwelijks reden zijn
om tot extra controle van de reintegratieinspanningen
van de werknemer over te gaan. Let wel: er is dan
al 104 weken aan re-integratie gewerkt. De verzekeraar
van de WGA-eigenrisicodrager zal uiteraard wel aan
schadelastbeheersing willen doen en de gedeeltelijk
arbeidsgeschikte werknemer blijven volgen. En als
dit leidt tot het opleggen van maatregelen, dan
is de verzekeraar ook in staat om de bezwaar- en
beroepsprocedure op de juiste wijze namens de werkgever
in te richten. Dit is (doorgaans) een van de meeverzekerde
dekkingsuitbreidingen op een WGA-eigenrisicodragersverzekering.
Bezwaar 5: Een WGA-eigenrisicodrager zit vast
aan de verzekeraar
Als een werkgever eigenrisicodrager wil worden,
zal er in de meeste gevallen sprake zijn van een
WGA-eigenrisicodragersverzekering. Deze verzekering
heeft vaak een contractsduur van 3 jaar. Zolang
er niets veranderd, is er een contractuele binding
gedurende deze 3 jaar, met daarna stilzwijgende
verlenging voor vaak weer 3 jaar. Maar er kunnen
tussentijds veranderingen zijn, die leiden tot heroverweging:
- premieaanpassing: als de premie tussentijds stijgt
met meer dan 25% ten opzichte van het voorgaande
jaar, dan kan de werkgever de verzekering opzeggen
en overstappen naar een andere verzekeraar (zie
ook bezwaar 6)
- intrekken WGA-eigenrisicodragerschap:
als de werkgever niet tevreden is over de activiteiten
van de verzekeraar rond het eigenrisicodragerschap,
dan is er de mogelijkheid om het verzoek tot eigenrisicodragen
WGA in te trekken. Het verzekerd belang komt dan
te vervallen, omdat de werkgever dan weer terugkeert
naar het UWV als omslaglid. De verzekering zal op
dat moment beëindigd worden.
Bezwaar 6: Bij een WGA-schade zit ik vast aan
de verzekeraar
Een verzekerde WGA-schade komt voor rekening van
de verzekeraar, met daarbij de bepaling dat het
uitlooprisico is meeverzekerd. Dus wordt de WGA-eigenrisicodragersverzekering
opgezegd, dan blijft deze WGA’er voor rekening van
de verzekeraar. De werkgever kan dan aan het eind
van de contractsperiode de keuze maken om te kiezen
voor een andere verzekeraar, maar ook om te kiezen
voor terugkeer naar het UWV. Deze werkgever keert
dan zonder uitkeringen terug bij het UWV, zodat
vanaf dat moment er een lage WGA-gedifferentieerde
premie zal gelden.
Ook de switch naar een andere verzekeraar zal vaak
zonder problemen blijven, omdat bij veel werkgevers
de WGA’er een toevalligheid is, en geen gevolg van
een slecht beleid rond verzuimen arbeidsongeschiktheid.
In een concurrerende markt is de kans groot dat
er een of meer verzekeraars zullen zijn die deze
werkgever graag als nieuwe verzekeringsrelatie aan
zich willen binden.
Bezwaar 7: De overheid heeft besloten tot
volledige privatisering, waarom zal ik nu zelf al
kiezen?
Op het moment dat de overheid besluit om over te
gaan tot volledige privatisering zullen er bedrijven
zijn met WGA-schades bij het UWV in de vorm van
een publieke verzekering. Hier zal een rekening
voor moeten worden betaald, maar niet door de bedrijven
die al uit eigen beweging gekozen hebben voor het
eigenrisicodragerschap. Maar hoe dit precies uitpakt
is nog niet bekend, omdat de plannen nog niet gepresenteerd
zijn.
Tenslotte: al deze mogelijke bezwaren kunt u afzetten
tegen een zekere winst in de vorm van een lagere
premie en een betere service bij een private verzekeraar.
Zie het als ketenaanpak: de eerst twee ziektejaren
(privaat) en de WGA-financiële prikkels (keuze voor
privaat) onderbrengen in één keten.
Bron: © Beursbengel - Janthony Wielink, September
2007 |
|
|
|
|
|
|
|