|
|
Nieuws
|
 |
|
|
 |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
Hoe verzekeraar Achmea voor
zijn patiënten zorgt
Deze week maakten de meeste zorgverzekeraars hun
premies bekend voor het nieuwe zorgstelsel, dat
1 januari ingaat. |
|
|
| |
Gaan zij hun groeiende macht gebruiken om de
beste en goedkoopste behandeling af te dwingen,
zoals de regering wil? Kúnnen ze dat? In de
callcenters en vergaderzalen van Achmea. `Als
puntje bij paaltje komt, gaat het om de prijs.
Een vrouw uit Hengelo wil zich laten steriliseren.
Daar hoef je tegenwoordig niet meer voor geopereerd
te worden, vertelde een vriendin haar. Als een
gynaecoloog 'balpenveertjes' in haar eileiders
schiet, kan ze nog diezelfde dag naar huis.
Ze zou voor altijd onvruchtbaar zijn. Dat wil
ze graag. Op een dinsdagmiddag in september
belt ze haar zorgverzekeraar Zilveren Kruis
om te vragen of dat mag.
Op een kantoorzaal, twee hoog in Amsterdam,
doet Monica Podde haar koptelefoon op. Ze is
46 jaar, moeder van drie kinderen. Ze was secretaresse
voor een marketingbureau. Nu is ze een van de
honderden callcentermedewerkers van zorgverzekeraar
Achmea, moederbedrijf van Zilveren Kruis. Ze
zegt: ,,Ik kom zo bij u terug.'
In het computersysteem ziet Monica Podde dat
sterilisatie alleen wordt vergoed in het Zilverpakket.
,,Mevrouw?'
,,Ja?'
,,Sterilisatie wordt helaas niet vergoed in
het Voordeel Zilverpakket. U heeft niet het
juiste pakket.'
,,Maar het is hetzelfde principe als het inbrengen
van een spiraaltje. Dat vergoeden jullie wel.
Het gebeurt door dezelfde gynaecoloog, binnen
tien minuten is het gedaan. In plaats van een
spiraaltje, schiet hij nu twee veertjes naar
binnen, zeg maar. Het is zelfs goedkoper, want
een spiraaltje moet na vier jaar weer vervangen
worden. Dit hoeven ze als het goed is maar één
keer te doen.'
,,Een spiraaltje wordt wel vergoed, maar sterilisatie
niet.'
,,Goh, wat jammer. Poliklinisch, dat leek me
ideaal.'
Nu is Monica Podde even stil, ze twijfelt. ,,Kan
ik u binnen vijf minuten terugbellen?'
2,9 miljoen verzekerden
Vanaf 1 januari kunnen zorgverzekeraars meer
dan nu bepalen welke geneesmiddelen patiënten
wel en niet mogen gebruiken, waar ze behandeld
worden en door wie. Dat staat dan namelijk niet
meer in de wet, maar in de verzekeringspolissen.
De regering wil dat zo. Als private verzekeraars
meer te zeggen krijgen over de gezondheidszorg,
zou die vanzelf beter en efficiënter worden.
Verzekeraars moeten de beste en goedkoopste
artsen kiezen en verzekerden de beste en goedkoopste
verzekeraar. Als het goed is krijgen ze dan
de beste en goedkoopste zorg.
Hoe vervullen verzekeraars deze rol? Zorgen
ze er inderdaad voor dat hun verzekerden de
beste medische hulp krijgen die er is, en voor
de laagste prijs? Hebben ze eigenlijk wel een
goed beeld van wat goede medische hulp is en
waar ze die kunnen krijgen? Achmea, de grootste
zorgverzekeraar in Nederland, gaf ons een blik
achter de schermen.
Achmea heeft 2,9 miljoen verzekerden. Er werken
drieduizend mensen. Achmea Zorg, zoals de zorgverzekeringsmaatschappij
officieel heet, opereert voornamelijk onder
de merknamen Zilveren Kruis, Groene Land en
PWZ. Het is onderdeel van het moederbedrijf
Achmea, dat ook hypotheken en pensioenen verkoopt.
En dat is weer in handen van een internationaal
opererende financiële dienstverlener, Eureko.
Die wil naar de beurs.
Achmea gaf de krant toegang tot de onderhandelingen
met een ziekenhuis, personeelsbijeenkomsten,
de afdelingen waar de declaraties worden verwerkt,
waar verzekerden worden toegelaten of geweerd,
personeelscursussen en callcenters. Er waren
gesprekken met de directie en met mensen op
de werkvloer. Eind november stuurt Achmea zijn
verzekerden de polissen voor 2006, als het nieuwe
zorgstelsel van kracht is.
Deze week maakten vrijwel alle zorgverzekeraars
al de premies bekend.
Zeven minuten per gesprek
Een zorgverzekeraar koopt zorg in bij ziekenhuizen,
huisartsen en andere hulpverleners en verkoopt
die via de polissen. Veruit de meeste werknemers
van Achmea Zorg, dat we hier voor het gemak
verder Achmea noemen, werken aan de verkoopkant.
Het zijn ongeveer 2.200 mensen die vragen van
klanten beantwoorden, declaraties verwerken,
polissen beheren en bepalen of mensen tot een
verzekering worden toegelaten. Met drie miljoen
verzekerden is dat enorm arbeidsintensief.
De tientallen verkoopafdelingen van Achmea,
verspreid over verschillende locaties in het
land, zien er overal hetzelfde uit. Het zijn
grote zalen met rijen beeldschermen, telefoons,
kantoorstoelen. Op die stoelen zitten veel vrouwen,
soms mannen, met een opleiding op mavo- of mbo-niveau.
Ze worden in zes weken intern opgeleid en werken
in deeltijd.
De callcentermedewerkers op het hoofdkantoor
van Achmea in Amsterdam beantwoorden per dagdeel
alleen e-mails. Of alleen vragen van klanten
die particulier verzekerd zijn. Of alleen vragen
over nota's. Vragen komen binnen op de 'notalijn',
de 'wijzigingenlijn', of de 'polislijn' en worden
door een teamleider voorin de zaal aan de medewerkers
toegewezen. Als je het goed doet, zoals Patrick
Uijtdragers (23, ,,Ik ben wel iemand die graag
dingen voor mensen oplost'), word je op meerdere
lijnen ingeschakeld. Hij werkt sinds mei vorig
jaar bij Achmea. Met lichtgevende knoppen op
de telefoon meldt hij of hij bezig is met 'uitbellen',
'nawerk', 'training' en of hij beschikbaar is.
Van iedere medewerker worden hiervan lijsten
bijgehouden. De callcentermedewerkers mogen
hooguit zeven minuten over een gesprek doen,
ze moeten minimaal acht gesprekken in een uur
voeren. Gemiddeld doet Patrick Uijtdragers 2,5
tot drie minuten over een vraag. Als een vraag
langer dan zeven minuten duurt, draagt hij hem
over aan zijn supervisor. Dat zijn de vragen
waarbij er een misverstand is tussen de klant
en de verzekeraar, over bijvoorbeeld een vergoeding.
Op de zaal naast die van Patrick Uijtdragers
zit Monica Podde.
Het is een moeilijke vraag, vindt ze, van die
mevrouw uit Hengelo. Voor moeilijke vragen belt
ze eerst de declaratieservice in verzekeringstermen:
de afdeling schade. Daar werken de mensen die,
bij twijfel, bepalen of een medische behandeling
of een medicijn wordt vergoed. Iedere declaratieafdeling
is gespecialiseerd in een bepaalde vergoeding,
bijvoorbeeld in huisartsenzorg.
,,Declaratieservice, met Robert.'
,,Hoi Robert, met Monica van klantenservice.
Ik heb een mevrouw die wil weten of een nieuwe
methode van sterilisatie, met veertjes, of dat
vergoed wordt in het Voordeel Zilverpakket.'
Hij vraagt het na. ,,Je moet bij de afdeling
ziekenhuizen zijn.'
Een specialistische behandeling waarbij veertjes
in de eileider worden geschoten, zo legt Monica
daar opnieuw uit.
De vrouw aan de andere kant van de lijn zegt:
,,Dit klinkt zo theoretisch. Het zegt me niets.'
,,Ik heb begrepen dat het poliklinisch kan gebeuren.'
,,Wat de behandelingen inhoudelijk zijn weten
we allemaal niet', zegt de medewerkster declaratieservice
van de afdeling ziekenhuizen in Rotterdam. We
weten alleen code dit en code dat. We weten
niet wat het allemaal inhoudt.'
,,Goed. Ik probeer het ergens anders', zegt
Monica.
Ze belt het andere nummer dat ze van Robert
kreeg. Daar krijgt ze te horen dat ze bij 'klinische
garanties' moeten zijn. ,,Nu word ik van het
kastje naar de muur gestuurd', zegt Monica.
Ze zegt dat het vaker gebeurt dat de afdeling
'ziekenhuizen' niet weet of een behandeling
wordt vergoed. Ze had de afdeling klinische
garanties kunnen bellen. Had die het niet geweten,
dan had ze de medisch adviseur kunnen bellen.
Nu belt ze haar supervisor. Het duurt langer
dan zeven minuten.
Wisseltijden
Op een maandagochtend in oktober zitten zes
mannen achter een lange, ovalen vergadertafel
in het Ikaziaziekenhuis in Rotterdam. Het zijn
de voorzitter van de medische staf, de voorzitter
van de financiële commissie van de medische
staf, het hoofd ambulante zorg, het hoofd klinische
zorg, de controller, de directiesecretaresse
en ziekenhuisdirecteur Rob Kievit.
Aan de andere kant van de tafel zitten twee
vrouwen, dertigers. De een vertegenwoordigt
alle zorgverzekeraars in de regio. De ander
is Frederique van Duuren, van Achmea. Ze is
39 jaar, studeerde Beleid en Management Gezondheidszorg
en werkte acht jaar bij Tempo Team.
Nu koopt ze sinds anderhalf jaar voor Achmea
de medische behandelingen van onder meer het
Ikaziaziekenhuis in. Eens per jaar wil Achmea
van het ziekenhuis horen hoe goed het hun verzekerden
eigenlijk helpt. Dat is het doel van het gesprek
van vandaag.
Het gesprek duurt van twee tot vier. Eerst wil
Van Duuren weten hoeveel geld het ziekenhuis
volgend jaar nodig denkt te hebben. Dan geeft
het ziekenhuis een presentatie over de uitbreiding
van de spoedeisende hulp.
Tegen vieren is er tijd om de kwaliteit van
de zorg te bespreken.
,,Zijn er dingen die jullie willen verbeteren',
vraagt Van Duuren.
De wisseltijden, díe wil het Ikazia verbeteren.
Kievit legt Van Duuren uit dat dat de tijd is
die het personeel in de operatiekamer heeft
na de ene operatie om de volgende voor te bereiden.
Dat kan sneller, blijkt.
,,Wat doet het Ikazia om de patiëntveiligheid
te verbeteren', vraagt Van Duuren. En als er
fouten zijn wat doen ze dan? En wat doen ze
eraan ,,op een hoger niveau'? De artsen zeggen
dat ze dit jaar zijn begonnen alle werkprocessen
te beschrijven en dat ze daar volgend jaar mee
doorgaan.
,,Kan het aantal operaties dat het ziekenhuis
afzegt omlaag', vraagt Van Duuren. Het aantal
afgezegde operaties is al laag, zegt het hoofd
kwaliteit. ,,En lager, tja, dat kan altijd.'
Na afloop van de vergadering zegt ziekenhuisdirecteur
Kievit desgevraagd dat hij in de bijna vijf
jaar dat hij directeur is van het Ikazia, zeven
of acht nieuwe gezichten van verzekeraars heeft
gezien. Dat hij daardoor ieder keer opnieuw
de relatie moet opbouwen, het vertrouwen moet
winnen. Dat daardoor ook de gesprekken maar
beperkt 'de diepte ingaan'. ,,Als we met verzekeraars
over kwaliteit praten, weten we niet altijd
wat ze precies willen weten.'
Van Duuren van Achmea zegt na de vergadering
dat ze nog steeds niet weet hoe goed de zorg
is in het ziekenhuis. ,,Je komt daar niet achter.
Als iemand een verpleegkundige achtergrond heeft
en het beter snapt dan ik, dan is dat mijn makke.
Ik heb geen zorginhoudelijke achtergrond.' Van
Duuren heeft het ziekenhuis twee weken geleden
voor het eerst van binnen gezien.
Vallende patiënten
Tot dit jaar was het niet zo belangrijk voor
zorgverzekeraars om te weten hoe goed artsen
in een ziekenhuis hun vak uitoefenen. Zorgverzekeraars
kochten gezamenlijk alle zorg 'blind' in. Hoe
meer patiënten een ziekenhuis had en hoe
langer die werden behandeld en verzorgd, hoe
meer geld een ziekenhuis het jaar daarop automatisch
kreeg.
Maar dit jaar moesten verzekeraars voor het
eerst sommige behandelingen zelf inkopen. Iedere
verzekeraar moet nu onderhandelen over de prijs
en kwaliteit van zo'n 10 procent van alle behandelingen
waaronder heup-, knie- en staaroperaties. Binnen
een jaar of twee worden naar verwachting de
tarieven van wel 60 procent van de behandelingen
vrijgegeven.
Zorgverzekeraars weten al meer van zorg dan
ze eerst wisten. Ze maken bijvoorbeeld gebruik
van de kwaliteitseisen van de Inspectie voor
de Gezondheidszorg. Die verplicht ziekenhuizen
sinds vorig jaar te rapporteren hoe veilig ze
zijn, dus hoe vaak hun patiënten vallen,
verkeerde medicijnen krijgen of bijvoorbeeld
doorligwonden hebben. Ook een nieuw declaratiesysteem
geeft verzekeraars meer inzicht in hoe het in
ziekenhuizen toegaat.
,,Maar dan nog', zegt zorginkoper Van Duuren
van Achmea. Zorgverzekeraars weten niet welke
arts goed is in zijn vak, en welke zijn patiënten
schoffeert. ,,De kwaliteit van de geleverde
zorg moeten we toch inschatten op basis van
ervaring. Dat is lastig. Het is wel iets waar
ik mee worstel.'
Directeur zorginkoop Einte Elsinga, oud-ziekenhuisdirecteur,
zegt daarover: ,,We zoeken naar manieren om
de black box die de zorg is open te maken.'
Gerrit Salemink heeft daar een nieuwe manier
voor ontwikkeld. Hij is een van de acht medisch
adviseurs van Achmea. En hij is voorzitter van
een commissie van Zorgverzekeraars Nederland,
die onderzocht wat zorgverzekeraars nou precies
van een ziekenhuis willen weten over de behandelingen
die ze kopen. De volgende stap is dat ziekenhuizen
aan die kwaliteitseisen moeten voldoen om geld
te krijgen.
Salemink is al jaren medisch adviseur bij Achmea.
Ooit was hij huisarts in Amsterdam, later studeerde
hij sociale geneeskunde. Zorginkopers, zegt
hij, missen de inhoudelijke kennis om met de
ziekenhuizen in discussie te gaan. Daarom gaf
hij ze een instrument. Alleen, zegt hij, dit
jaar hebben ze daar nauwelijks gebruik van gemaakt.
Verzekeraars hebben het afgelopen jaar bij de
inkoop van zorg naar de prijs van behandelingen
gekeken, zegt Gerrit Salemink. ,,Formeel zouden
de kwaliteitseisen uitgangspunt zijn voor de
onderhandelingen. Toen puntje bij paaltje kwam,
ging het over de prijs. Uiteindelijk hebben
zorgverzekeraars dit jaar voor de heupen en
de liesbreuken en de diabeteszorg uitsluitend
op prijs gestuurd.' Hij zegt dat ziekenhuisdirecties
specialisten vragen bij de onderhandelingen
met een verzekeraar aan tafel te zitten, en
dat een verzekeraar dat wellicht ook zou moeten
doen. ,,Op het moment dat het erop aankomt,
zitten wij er niet altijd bij. Dat is soms frustrerend.'
120 nota's per uur
De declaratieformulieren van de particulier
verzekerden van Zilveren Kruis komen binnen
op de postkamer in Noordwijk, die van Groene
Land in Meppel. Ze bestaan meestal uit verschillende
rekeningen. Die sparen mensen op. Alle declaratieformulieren,
alle nota's en alle bijgevoegde brieven, verwijsbriefjes
en taxibonnetjes worden op de postkamers ingescand
en elektronisch verzonden naar de declaratieafdeling
in Zwolle. Achmea verwerkt jaarlijks 6 miljoen
nota's per jaar.
Op de declaratieafdeling in Zwolle zitten elf
medewerkers geconcentreerd achter hun beeldscherm.
Ze controleren de rekeningen, corrigeren ze
en vullen ontbrekende gegevens aan. Daar doen
ze twintig seconden over. Enter. Volgende nota.
De norm is 120 nota's per uur. Voor iedere dertig
nota's die een uitzendkracht per uur meer verwerkt,
krijgt hij 30 eurocent per uur meer betaald.
,,We hebben iemand gehad die er 240 per uur
kon verwerken', zegt medewerker outputbeheer
Stephan van de Velde. De medewerkers mogen hooguit
vijf uur werken. Dan een half uur pauze, dan
nog een uur. Dan moeten ze stoppen. In augustus
verwerkten ze in Zwolle 13.088 nota's.
De helft van alle rekeningen die in Zwolle binnenkomen,
kunnen in hoog tempo worden ge-enterd. De andere
helft gaat naar een andere afdeling in het gebouw.
Daar zitten de 'casebehandelaren' van declaratieservice.
Die behandelen de declaraties waar 'iets mee
is', zoals rekeningen met een onbekend rekeningnummer,
een bijgevoegde brief, opmerkingen van de klant.
Hettie de Goede is zo'n casebehandelaar. Ze
behandelt nu de tandartsnota's van een gezin.
Beide dochters zijn naar de tandarts geweest.
De nota's zijn niet automatisch verwerkt, omdat
het gezin per ongeluk twee keer de rekening
van de jongste dochter heeft gestuurd en niet
die van de oudste. Hettie de Goede kan dan bellen
met de tandarts, of met het gezin. Ze kan ook
een brief sturen. Bijvoorbeeld brief 9: ,,Dit
is geen originele nota. Wilt u het origineel
alsnog aan ons toesturen.' Of nummer 134. ,,Deze
kosten vergoeden wij tot een maximumbedrag.'
Het wordt brief 91: ,,Meer informatie over deze
declaratie kunt u vinden in bijgaande brief.'
Hettie de Goede tikt die brief. Ze zegt: ,,Soms
hebben we een meningsverschil met bijvoorbeeld
een fysiotherapeut. Die zegt dat het om een
chronische aandoening gaat en wij vinden van
niet. Dan schakelen we de medisch adviseur in.'
Vochtregulerend ruimtepak
Van de acht medisch adviseurs van Achmea werken
er twee in deeltijd. Ze hebben allemaal een
artsendiploma. Sommigen hebben nooit met patiënten
gewerkt. Vroeger, vertelt medisch adviseur Salemink,
waren medisch adviseurs bij een ziekenfonds
verenigd in een medische dienst. Die zaten toen
veel dichter bij de directie. ,,Nu mag het geen
medische dienst meer heten. We zijn een medische
advíesdienst.' Het is namelijk niet meer
de medisch adviseur die beslist of een behandeling
wordt vergoed. ,,Wij kunnen altijd overruled
worden.'
Ik leg hem het voorbeeld voor van de vrouw uit
Hengelo. Voor sterilisatie is ze niet verzekerd.
Een spiraaltje wordt wel vergoed maar is duurder,
omdat het elke vier jaar moet worden vervangen.
Wat vindt hij dat Achmea moet doen?
De polisvoorwaarden, zegt Salemink, zijn altijd
doorslaggevend. ,,We zijn wél een verzekeringsmaatschappij.'
De meeste vergoedingen staan in die polis.
Soms staan behandelingen niet in de polis omdat
je nu eenmaal niet alle aandoeningen en behandelingen
in een polis kan vastleggen. Of ze zijn nieuw,
of ze zijn zo duur dat ze per patiënt moeten
worden bekeken. Of ze komen zo zelden voor dat
het geen zin heeft om ze in een polis vast te
leggen. Bijvoorbeeld: een jongetje dat geboren
wordt zonder zweetklieren en dat een op maat
gemaakt, vochtregulerend 'ruimtepak' nodig heeft
om te kunnen overleven. Dat vond Salemink medisch
noodzakelijke zorg, dat werd vergoed. Het jongetje
was ziekenfondsverzekerd. Hij had er wettelijk
recht op.
,,Was hij particulier verzekerd, dan was het
ingewikkelder geweest', legt hij uit. Bij een
particuliere of private verzekering kan een
medisch adviseur 'coulance' toepassen. Zo heet
dat. ,,Daar zijn we toch voorzichtiger mee.
Dat wordt direct betaald uit de premies die
anderen opbrengen.' En als een medisch adviseur
al coulance wil toepassen, dan kan hij daarover
alleen adviséren.
Het komt voor, zegt Salemink, dat hij vindt
dat een behandeling medisch noodzakelijk is
en de schadeafdeling vindt van niet. Dan is
het de schadeafdeling, de afdeling waar de declaraties
worden verwerkt, die daarover beslist. Niet
de medisch adviseur heeft daar het laatste woord
over, dat is een misverstand. ,,Zíj zijn
verantwoordelijk voor hun budget', zegt hij.
Het is ook niet de medisch adviseur die beslist
of mensen op basis van matige of slechte gezondheidsvooruitzichten
tot een verzekering worden toegelaten. Daar
adviséert hij over. De afdeling acceptatie
heeft het laatste woord. Op die afdeling zitten
mensen met een havo of hbo-niveau. Ze hebben
een medische achtergrond, maar dat kan ook betekenen
dat iemand medisch secretaresse is, of twee
jaar lang de hbo-opleiding voor verpleegkundige
heeft gevolgd.
Er zijn momenten, zegt Salemink, dat zijn werk
als verzekeraar botst met zijn werk als arts.
,,Dit is een bedrijf, niet negatief bedoeld,
van administratieve procedures. Als arts heb
je soms een andere rol.'
De directie is het niet op alle punten met haar
medisch adviseur eens. Zo verloopt volgens de
directie 99 procent van de acceptaties en afwijzingen
volgens het advies van de medisch adviseur.
En komt het ook voor dat een medisch adviseur
een behandeling níet noodzakelijk vindt
en de afdeling schade juist in het voordeel
van de klant beslist. Bovendien heeft Achmea
zich voor behandelingen die niet in de polis
staan te houden aan de wet, tenminste als het
ziekenfondsverzekerden betreft (dit onderscheid
vervalt per 1 januari). De directie noemt het
voorbeeld van een vrouw die eerst 160 kilo woog
en toen nog maar 90 kilo. En dat ze, toen ze
in januari dit jaar een cosmetische operatie
zou ondergaan om haar huid strak te trekken,
te horen kreeg dat dat ineens niet meer werd
vergoed. Dat kwam door de wet, zegt Achmea.
Zíj wringen zich in bochten om de scherpe
kantjes van die wet af te halen. Daar hoor je
nooit iemand over.
Veertjes
Op het callcenter in Amsterdam waagt Monica
Podde zich aan een laatste telefoontje voor
de vrouw uit Hengelo. Ze belt haar begeleider.
,,Annie, met Monica. Ik heb hier een mevrouw
die een sterilisatie vergoed wil hebben. Punt
is alleen dat het met het voordeelpakket niet
wordt vergoed.'
,,Ja?'
,,Maar zij zegt dat het een nieuwe vorm is van
sterilisatie'. Ze legt het opnieuw uit, van
die veertjes.
,,Monica, je geeft zelf aan: het is een vorm
van sterilisatie. Dus wordt het niet vergoed.'
,,Ok, Annie'
,,Helaas'
,,Ok, dag.'
16.40 uur. ,,Mevrouw?'
,,Ja?'
,,Helaas. Deze behandeling wordt niet vergoed.
U kunt wel een spiraal laten zetten.' Mevrouw
zegt dat ze dat dan maar gaat doen. Ze zegt:
,,Prima, hartelijk bedankt.'
Bron: NRC Handelsblad 18 november 2005
Publ. datum: 22 nov 2005
|
| |
|
|
|
|
|
|
|