Met deze opmerkelijke stap wil de LHV de zorgverzekeraars
de wind uit de zeilen nemen. De artsen zijn
bang dat de verzekeraars op de stoel van de
arts klimmen, en dat zij hun financiële belangen
laten prevaleren boven de medische belangen
van de patiënten. Dan liever de huisarts op
de stoel van de verzekeraar, zegt de LHV nu.
Maar kan en mag dat wel – de huisarts als verkapt
verzekeringsadviseur?
De politiek is de eerste die zich over deze
vraag moet buigen. Deze week wordt in de Kamer
gedebatteerd over het nieuwe zorgstelsel, en
de oppositie staat zeer kritisch ten opzichte
van de ondernemerszin van de huisartsen. Ook
de LHV wil dat er snel duidelijkheid komt vanuit
Den Haag. De huisartsen zoeken bewust de grenzen
op van wat mag in het nieuwe zorgstelsel, liet
LHV-directeur Anton van de Ven vrijdag nog weten.
De huisartsenvereniging vindt niet dat zij
zich met het aanprijzen van zorgverzekeringen
op een hellend vlak begeeft. Wij moeten wel,
zegt de LHV. De eigen verzekering, die wordt
verkocht door de tussenpersonenorganisatie Meeùs
en geregeld door zorgverzekeraar ONVZ, is het
broodnodige breekijzer in de strijd met de verzekeraars.
Van de Ven zegt dat sinds de lancering van
de polis de LHV door verzekeraars als een volwaardige
gesprekspartner wordt gezien. En dat is precies
de bedoeling van de huisartsen, die het liefst
met alle zorgverzekeraars dezelfde afspraken
willen maken als zij nu met Meeùs hebben gemaakt.
Bovendien, zeggen de artsen, is er geen geld
gemoeid met de samenwerking. In feite heeft
de organisatie niets meer gedaan dan het verlenen
van een keurmerk aan de nieuwe polis. Zo krijgen
huisartsen geen provisie uitbetaald wanneer
zij een klant een zorgverzekering aanraden.
En ook de LHV zegt financieel niet beter te
worden van de afspraken met Meeùs.
De interne brief waarmee de LHV morrende leden
wil overtuigen dat de nieuwe polis wel een goed
idee is, laat echter ruimte voor twijfel. Zo
blijkt uit de brief dat de LHV in onderhandeling
is met datzelfde Meeùs over een voordelige ziektekostenverzekering
voor huisartsen. Ook roemt de artsenorganisatie
de hoge vergoedingen aan huisartsen die zij
met Meeùs heeft uitonderhandeld. Kortom: er
gloort voor de huisartsen wel degelijk (financieel)
voordeel als zij patiënten de Meeùs-polis adviseren.
En zo lopen de huisartsen opeens voorop in
het vermengen van commercie en gezondheidszorg,
precies het terrein waarover zij al jaren met
het ministerie en de verzekeraars overhoop liggen.
En of het mag en kan? Vooralsnog wel. Ministerie
en verzekeraars hebben het zo druk met het polis-circus
dat is losgebarsten aan de vooravond van het
nieuwe zorgstelsel, dat het beantwoorden van
moeilijke vragen over de verhouding tussen markt
en gezondheidszorg even geen prioriteit heeft.
Bron: De Volkskrant 13-12-05