|
De grote structurele veranderingen in 2006, zoals
de nieuwe zorgverzekeringswet en de
levensloopregeling, zijn reeds door het parlement
aangenomen of worden dit jaar nog behandeld.
Het nieuwe zorgstelsel
Zoals gezegd is daarin niet
veel veranderd: Met ingang
van 1 januari 2006 zal er een nieuwe Zorgverzekeringswet
en de Wet op de Zorgtoeslag van kracht worden
waardoor er een einde komt aan alle bestaande
verschillen tussen ziekenfonds en particulier
verzekerden. Iedere ingezetene van 18 jaar of
ouder gaat een nominale zorgpremie betalen van
ca 1100 euro per jaar. Daarnaast wordt over het
bijdrageplichtig inkomen nog een inkomensafhankelijke
zorgbijdrage van 6,25% in rekening gebracht. Werkgevers
en uitkeringsinstanties zullen deze premie vergoeden
aan hun werknemers en uitkeringsgerechtigden.
Daarmee is iedereen verplicht verzekerd voor de
standaardverzekering. Deze standaardverzekering
komt grotendeels overeen met het huidige ziekenfondspakket.
Alleenstaanden met een inkomen tot 25.000 euro
en gezinnen met een inkomen tot 40.000 euro krijgen
een zorgtoeslag die kan oplopen van 450 euro voor
alleenstaanden tot 1200 euro voor gehuwden en
samenwonenden. Deze zorgtoeslag wordt uitgekeerd
door de Belastingdienst Toeslagen. Om de lage
inkomens te ondersteunen worden diverse heffingskortingen
verhoogd en enkele tarieven verlaagd.
Lastenverlichting en koopkrachtondersteunende
maatregelen
In 2006 komt er een pakket van 2,5 miljard
euro aan koopkrachtondersteunende maatregelen
(2 miljard lastenverlichting en een half miljard
hogere uitgaven). In het voorjaar was al tot een
pakket van 1 miljard euro besloten. Dat pakket
was vooral bedoeld om negatieve inkomenseffecten
bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel te
compenseren en om mensen met een middeninkomen
met kinderen te ondersteunen. Daar bovenop komt
nu een extra pakket aan maatregelen van ruim 1,5
miljard euro om de koopkracht van burgers zoveel
mogelijk op niveau te houden en waar mogelijk
te verbeteren. Hieronder volgt een overzicht van
de belangrijkste maatregelen.
- Er wordt een inkomensafhankelijke zorgtoeslag
ingevoerd ter compensatie van de hogere premies
voor de nieuwe zorgverzekering. Naar verwachting
ontvangen ruim 6 miljoen huishoudens deze zorgtoeslag
waardoor de meeste huishoudens ten hoogste maximaal
5% van hun inkomen aan zorg besteden.
- Het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting
(OZB) wordt afgeschaft. Deze wordt nu nog geheven
bij de hoofdgebruiker van een huis (zowel een
koop- als een huurwoning). Gemeenten krijgen
extra geld om te voorkomen dat ze door het wegvallen
van de inkomsten uit de OZB de lokale lasten
verhogen.
- Over onroerend goed dat in een achterstandswijk
wordt gekocht, hoeft geen overdrachtsbelasting
betaald te worden. Op die manier wil het kabinet
het opknappen van deze wijken stimuleren.
- De WW-premie wordt verlaagd met ruim 0,5%
en voor deeltijdwerkers wat meer.
- Het kabinet bevriest in 2006 de accijns op
autobrandstoffen en past deze niet aan de inflatie
aan.
- De algemene heffingskorting wordt voor alle
belastingbetalers met 78 euro verhoogd.
- De belasting- en premietarieven worden in
2006 aangepast. Het tarief in de eerste schijf
wordt met 0,25% verlaagd van 34,4% naar 34,15%
en het tarief in de tweede schijf wordt verlaagd
met 0,5% van 41,95% naar 41,45%.
- De aanvullende ouderenkorting (nu 287 euro)
wordt vervangen door een alleenstaande ouderenkorting
van 562 euro. Deze korting kent geen inkomensgrens
en bereikt dus ook ouderen met een hoger aanvullend
pensioen. De gewone ouderenkorting wordt met
85 euro verlaagd en de inkomensgrens met 200
euro verhoogd.
- De aanvullende combinatiekorting wordt met
156 euro verhoogd en de gewone combinatiekorting
wordt met 85 euro verlaagd. ·
De bestaande kinderkortingen worden vervangen
door één nieuwe inkomensafhankelijke
kinderkorting. Bij een verzamelinkomen van maximaal
28.521 euro krijgt het huishouden de maximale
kinderkorting van 802 euro. Bij een hoger inkomen
wordt de kinderkorting geleidelijk verminderd
waardoor deze afneemt tot nihil. Voor elke euro
dat het verzamelinkomen boven 28.521 euro uitkomt,
wordt de kinderkorting verminderd met 0,0575
euro. Wanneer het verzamelinkomen meer dan 42.469
euro bedraagt, komt het huishouden niet meer
in aanmerking voor de kinderkorting. De hoogte
van de nieuwe kinderkorting is alleen afhankelijk
van de hoogte van het verzamelinkomen. Het aantal
kinderen heeft geen invloed op de hoogte van
deze nieuwe heffingskorting. De nieuwe kinderkorting
is zo vormgegeven dat bij het overschrijden
van inkomensgrenzen geen scherpe inkomensvallen
meer optreden.
- De vermenigvuldigingfactor die binnen de buitengewone
uitgaven wordt toegepast wordt verhoogd van
65% naar 90%. Hierdoor kunnen personen met specifieke
uitgaven (uitgaven waarvan wordt aangenomen
dat deze samenhangen met een chronische ziekte
of handicap) door de werking van deze factor
eerder de drempel overschrijden en derhalve
eerder in aanmerking komen voor aftrek wegens
buitengewone uitgaven.
De vermenigvuldigingsfactor is alleen van toepassing
bij belastingplichtigen met een inkomen tot
30.357 euro.
|