|
| Pensioen |
 |
|
|
 |
|
|
|
|
|
| |
De nieuwe Pensioenwet - wat is er veranderd?
|
|
De nieuwe pensioenwet is op 1 januari 2007
ingegaan en biedt meer zekerheid en betere informatie.
In essentie zorgt de nieuwe Pensioenwet voor:
|
|
| |
- Meer zekerheid door scherpere eisen
aan de omvang van het vermogen van pensioenfondsen.
- Eisen voor goede voorlichting en communicatie.
- Scherp toezicht door de Nederlandsche Bank en
de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
- Een verlaging van de toetredingsleeftijd naar
21 jaar.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
- Heeft een bedrijf een pensioenregeling dan
moeten alle werknemers vanaf 21 jaar daaraan
kunnen deelnemen;
- Pensioenuitvoerders krijgen het recht om
kleine pensioenaanspraken af te kopen;
- Financiële zekerstelling door pensioenfondsen
wordt wettelijk vastgelegd. Werknemers hebben
hierdoor (nog) meer zekerheid over de uitkering
van het pensioen;
- Verzekeraars en pensioenfondsen zijn verantwoordelijk
voor voorlichting aan deelnemers aan een pensioenregeling.
Men informeert werknemers minstens 1 keer per
jaar over opgebouwde aanspraken en eventuele
aanpassing aan de inflatie (indexering). Voor
gepensioneerden geldt een termijn van 5 jaar;
- Van werknemers die tegen een lager loon gaan
werken worden opgebouwde pensioenaanspraken
niet meer aangetast;
- Voorlichting over vrijwillige aanvullende
pensioenregelingen moet voldoen aan dezelfde
eisen die gelden voor voorlichting over andere
financiële producten;
- Een pensioenfonds dat de pensioenen niet
aanpast aan de inflatie, moet de deelnemers
en gepensioneerden daarover helder informeren;
- Is er onduidelijkheid over het indexatiebeleid
van een pensioenfonds, dan gaat de toezichthouder
ervan uit dat de pensioenen onvoorwaardelijk
worden aangepast aan de inflatie;
- Het toezicht op het uitvoeren van de wettelijke
regels is in handen van de Nederlandsche Bank
en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Meer weten?
Vul vrijblijvend ons advies
formulier in
|
|
|
|
|
|
|
|